dinsdag 28 juni 2011

Foto's van de stage dagen





Aandachtspunten voor en na mijn stage

Vanuit mijn vorige stage:

Vanuit de vorige stage heb ik mee gekregen dat ik spontaner mag zijn, dat ik de touwtjes wat meer los kan laten. Ook kreeg ik mee dat ik mijn stem goed gebruik, maar dat ik hem nog wel duidelijker mag gebruiken, bijvoorbeeld bij het samenroepen van een klas.

Ik weet niet of ik hier verder mee kan werken in deze stage, ik heb namelijk niet echt een idee hoe kinderen zijn van groep 2-3. Ze zijn in ontwikkeling heel anders dan de leerlingen van de middelbare school. Ik ga natuurlijk proberen om het zoveel mogelijk toe te passen, maar ik moet hierin ook aardig blijven voor mezelf en niet te veel van mijzelf eisen. Ook dit kwam naar voren in de vorige stage.


Na deze stage:

Ik heb uit deze stage mee gekregen dat ik mijn stem niet te hoog moet gaan gebruiken. Als ik de aandacht van de klas wil, had ik de neiging om snel hoog te gaan praten. Hierdoor word ik onduidelijker.
Ook moet ik leren om me meer te verdiepen in het niveau van de leerlingen, dat ik mijn taalgebruik daar op aanpas.

Het zijn dus beide belangrijke punten om mee te nemen naar mijn volgende stage. Ik wil meer bewustwording voor mijzelf in mijn stemgebruik, dat ik er ook op let wanneer ik te snel ga praten of te hoog. Dat ik dan voor mezelf even een pauze inbouw en dan weer verder ga.
Ook is het goed als toekomstig docent om me beter te verdiepen in het niveau van de leerlingen, misschien zou ik van te voren een dag kunnen meelopen waardoor ik al een beeld heb van wat wel en niet kan.

Basisschool stage

In periode 4 liepen we  stage op een basisschool. We werden op gedeeld in groepjes van 2, en samen bereiden we een programma van 4 lessen voor.
Ik kreeg groep 2-3, en moest in mijn opdracht werken met klei.
Voor de 4 weken heb ik dit lesplan gemaakt:



Les 1:
Zelf voorbeelden op zoeken van fantasie dieren die aan de klas laten zien, ook zelf beelden hebben gemaakt. Die samen met de klas bespreken.
De klas laten werken met klei, en een beest laten maken. Het klei voorwerp opbergen in een plastic zak zodat ze er volgende week nog mee verder kunnen.
Vragen die er gesteld kunnen worden bij het zien van de afbeeldingen zijn:
Wat zien we op de foto’s?
Waardoor is het een beest, wat zijn dierlijke kenmerken?
 
Les 2:
Zelf verder hebben gewerkt met het beeld. De leerlingen gaan de beesten nu versieren, met gedroogde etenswaren en andere voorwerpen, om het beest een huid te geven. Het beest word nu te drogen weg gezet aan het eind van de les.
 
Les 3:
Na de vakantie zijn de beesten goed gedroogd, en kunnen ze beschildert worden. Mocht er eventueel wat afgebroken zijn dan kan dat gelijmd worden. Zelf heb ik ook mijn beeld geschilderd, om de leerlingen wat inspiratie te geven.
 
Les 4:
De beesten krijgen een naam, wat op een naambordje geschreven word. Het lokaal of gang word zo ingericht dat alle beesten er gepresenteerd kunnen worden.



Aan dit lesplan is nog wel wat verandert na aanleiding van de gesprekken met mijn begeleidster. Hier bij mijn aanpassing:
 
Les 1:
Zelf voorbeelden op zoeken van fantasie dieren die aan de klas laten zien, ook zelf beelden hebben gemaakt. Die samen met de klas bespreken. 
De klas laten werken met klei, en een beest laten maken. Het klei voorwerp opbergen in een plastic zak zodat ze er volgende week nog mee verder kunnen.  
Vragen die er gesteld kunnen worden bij het zien van de afbeeldingen zijn:
Wat zien we op de foto’s? 
Waardoor is het een beest, wat zijn dierlijke kenmerken?
  
Les 2:
Zelf verder hebben gewerkt met het beeld. De leerlingen gaan de beesten nu versieren, met gedroogde etenswaren en andere voorwerpen, om het beest een huid te geven. Het beest word nu te drogen weg gezet aan het eind van de les. 
  
Les 3:
Na de vakantie zijn de beesten goed gedroogd, ze gaan werken aan de omgeving van het dier. Iedere leerling krijgt een plaat karton, en ze verzamelen buiten spullen voor de omgeving van hun dier.
  
Les 4:
De beesten krijgen een naam, wat op een naambordje geschreven word. Het lokaal of gang word zo ingericht dat alle beesten er gepresenteerd kunnen worden.